skip to Main Content
Niet ingelogd, log in bij account.

Pré corona blues (Bruno Segers)

Bruno Segers is medewerker en lid van de programmaraad van onze school.
Hij studeerde rechten en filosofie. Publiceerde regelmatig in ‘Streven’.
Zijn persoonlijke blog, waar u ook dit artikel terugvindt, is www.bwandererblog.wordpress.com

Pré corona blues.

Mensen die vóór het coronatijdperk niet optimistisch waren over de gang van zaken op deze planeet voelen zich nu misschien minder eenzaam. Niet dat ze blij zijn met dit bijkomend drama. Niet dat zij specifiek de corona epidemie voelden aankomen. Maar plots worden zij niet meer bekeken als wereldvreemde pessimisten en worden ze niet meer systematisch weggelachen door holle cafépraat.

In zijn boekje ‘EPILOOG bij Grote verwachtingen’, waarin hij de coronacrisis analyseert, heeft Geert Mak het over een bankier die in de septemberweken van de bankencrisis van 2008 door het raam keek naar het leven op straat en dacht: ‘Beseffen jullie wel dat dit in één klap tot stilstand kan komen?’ [1]

Welnu, ik heb dat besef al sinds de jaren 80 van vorige eeuw. In de periode Reagan/Thatcher werd voor iedereen plots ‘the sky (is) the limit’, en de meeste mensen promoveerden zichzelf plots tot beursspecialisten en speculanten. Wie niet meedeed werd meewarig bekeken omdat hij/zij ‘geld liet liggen’. (Ik heb toen geld laten liggen, en dat geld lag er na de beurscrash nog. Wat niet bij iedereen het geval was.)

Wat mij in die periode en ook vóór het coronagebeuren trof was de zelfgenoegzaamheid en eigendunk van veel mensen. Geluk en voorspoed waren een recht geworden, dat we via de geschiedenis hadden verworven.
Deze denkwijze blijkt niet nieuw, want ook Spinoza (1632 – 1677) uitte hierover al zijn verwondering: ‘We have all seen what usually happens when things are going well: even men who are quite inexperienced are so brim-full of cleverness that they take offence at being given any advice. And when times are bad, men don’t know where to turn; they ask advice from everyone, and they follow it, however stupid and clumsy it may be’ [2].

Misschien kunnen deze enkele overwegingen ons opnieuw gevoelig maken voor onze eigen en andermans tekorten en fundamentele kwetsbaarheid, op kleine en grote schaal. Op grote schaal hebben de meesten van ons weinig in te brengen. Maar wat we op beperkte schaal doen en zeggen kan een kleine invloed hebben op hoe wij zelf en onze mensencollega’s evolueren.
Erkennen van onze kwetsbaarheid en beperkingen is belangrijk. Wanneer een tegenslag of ongeluk ons treft beseffen we dat onmiddellijk, en brengen we dat uitvoerig onder woorden. Als we geluk hebben lijkt dat vanzelfsprekend, en eigenlijk het logische gevolg van onze overduidelijke kundigheid. Soms in die mate dat men niet eens beseft dat men geluk heeft of gehad heeft. En dat we vergeten dat anderen soms gewoon tegenslag gehad hebben, en niet persé onbekwamer zijn dan wij.
Daarom was ik blij in een interview van Matthias Schoenaerts te lezen dat hij beseft dat hij ook soms geluk gehad heeft. En hij vervolgt: ‘Eén grote vergissing en je leven kan om zeep zijn’. [3]  Dat besef blijkt ook uit de titel van een boek van  een van de vele vergeten Vlaamse schrijvers Karel Jonckheere: ‘Ik had die man kunnen zijn’. Heel vaak moet ik daar aan denken bij het zien van mensen die tegenslag hebben, onrecht ondergaan of ‘gewoon’ lijden.

Het besef van geluk gehad te hebben gaat meestal gepaard met een gevoel van dankbaarheid. Een misschien ouderwets klinkend woord. Maar een mooi woord, omdat het ons kan bevrijden uit onze eenzaamheid. Dankbaarheid is gekoppeld aan de andere of het andere. Het gaat om dankbaarheid tegenover bepaalde mensen of een gevoeligheid voor wat ons overstijgt (de natuur, de kosmos, kunst …). Het maakt ons minder eenzaam en verbindt.

Wat ik geleerd heb van de corona lockdown is dit: in tegenstelling tot Sartre’s mening is de hel juist geen mensen mogen ontmoeten.
Ik geloof niet in de hel, maar toch vrees ik dat we die nog groter gaan maken als de samenleving nog meer in de richting van uitsluitend virtuele contacten evolueert.
De mogelijkheden van virtuele contacten zijn nuttig, en in de coronaperiode waren ze een beter dan niets. Ik was blij vrienden virtueel te zien en te spreken, dat waren verademingsmomenten tijdens de lockdown. Maar iedereen snakte toch naar reëel contact, zij het op 1,5 meter. Virtuele contacten zijn en blijven een mogelijkheid, geen doel op zich.

Bruno Segers
23/7/2020.

[1] Geert Mak, ‘Epiloog bij ‘Grote verwachtingen’, Amsterdam, Atlas Contact, 2020, blz. 11.

[2] https://www.earlymoderntexts.com/assets/pdfs/spinoza1669.pdf

[3] Knack , nr. 29, 2020, , blz. 49 : ‘Waarom George Floyd wel en Jonathan Jacob niet ?’.

Back To Top