skip to Main Content
Niet ingelogd, log in bij account.

Ontmoetingen 4

1 aanmelding

De ontdekkers van het hindoeïsme
Ontmoeting met een vreemde religie

  • Docent(en): Jan Peter Schouten
  • Jaar: speciale editie
  • Datum: 16 mei 2020
Categorieën: ,

Beschrijving

Vanaf de dertiende eeuw kwamen voor het eerst Europeanen in India: handelaren, avonturiers en monniken. Enkelen schreven hun reiservaringen op: de handelaar Marco Polo en de monnik Odorik van Pordenone werden de bekendsten.

Alle reizigers hadden één ding gemeen: zij begaven zich in gebieden waar nauwelijks iets over bekend was in Europa. Van de cultuur en godsdienst in deze streken wist men vrijwel niets. Algemeen aanvaard was de voorstelling dat er naast de reeds bekende moslims mensen woonden die natuurkrachten vereerden. Met een verzamelbegrip werden zij ‘heidenen’ genoemd en men stelde zich voor dat bij hen dezelfde religieuze cultuur bestond als die ooit Europa kenmerkte.

Velen kwamen en gingen, en lieten weinig sporen in de geschiedenis achter. Een enkeling was beeldbepalend en werd voor langere tijd een bron van inspiratie.

Als missionaris vanuit de jezuïetenorde was Roberto de Nobili, Italiaan van geboorte, in 1605 naar India gereisd. Hij kreeg daar als werkterrein de stad Madurai toegewezen en zijn nieuwe omgeving verdiepte hij zich in de plaatselijke taal en cultuur. Zijn project bestond uit het vormen van een gemeenschap van bekeerlingen uit de hoogste kaste, de brahmanen. De achterliggende gedachte was dat andere hindoes vanzelf wel de weg naar de christelijke Kerk zouden inslaan, als hun religieuze leiders voorop waren gegaan. Roberto de Nobili maakte zich de rigoureuze reinheidsregels van de brahmaanse kaste eigen. Hij brak volledig met zijn westerse geloofsgenoten en gedroeg zich zoals een hindoeleraar zou doen.

In dezelfde tijd was er een protestantse theoloog werkzaam in India, die door zijn publicaties lange tijd de autoriteit bij uitstek op het gebied van het hindoeïsme zou blijven: Abraham Rogerius.

Zijn boek  ‘De Open-Deure tot het Verborgen Heydendom’  is een prachtig gelaagde beschrijving van de culturele gebruiken en de godsdienstige overtuigingen. Naast het officiële standpunt geeft de schrijver ook de opinies van gewone mensen weer. Grondgedachte in het werk van Rogerius is, dat de hindoes oprecht godsdienstig zijn, waarbij ogenschijnlijk verwerpelijke verschijnselen met enige duiding toch wel betekenis blijken te hebben.

Back To Top